Minder regelgeving in de zorg

Minder regelgeving in de zorg

Zorgverzekeraars, consumenten en aanbieders van zorg krijgen de komende jaren meer vrijheid en verantwoordelijkheid om onderling de levering van voldoende en kwalitatief goede zorg te regelen. Dit moet vooral vanuit de regio’s gebeuren. Hiermee wordt aan vraag naar zorg meer recht gedaan. De overheid blijft wel eindverantwoordelijk, stelt kaders voor een doelmatige en kwalitatief goede zorg en geeft hiervoor ook prikkels aan de verzekeraars. Er komen minder regels vanuit de centrale overheid.Dit schrijft minister dr. E. Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de brief over de modernisering van de curatieve zorg die dinsdag 27 februari 2001 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Daarin schetst de minister de voortgang in het proces dat in 1995 is ingezet en de komende jaren voltooid wordt. Kern van de nota is om meer samenhang te brengen in de curatieve zorg (o.m. ziekenhuizen, medisch specialisten, huisartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten) en meer verantwoordelijkheden bij het veld (verzekeraars, aanbieders, consumenten) te leggen voor het realiseren van de zorg.De brief volgt op het Actieplan Zorg Verzekerd waarmee het kabinet in november 2000 heeft ingestemd. Dat plan was vooral gericht op het terugdringen van de wachttijden. De brief gaat meer over structurele verbeteringen in de organisatie van de zorg.Grotere vrijheid voor de veldpartijen betekent dat de regelgeving drastisch bekort zal worden. Dit proces moet binnen enkele jaren z’n beslag krijgen. Verzekeraars worden risicodragend gemaakt voor de hele curatieve zorg, waardoor – met het vervallen van de contracteerplicht – meer prikkels ontstaan voor betere zorg. De overheid eist in ruil hiervoor goede, duidelijke informatie over de geleverde prestaties, zodat ze in staat is te beoordelen of de publieke belangen van verzekerden (betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg) voldoende gewaarborgd zijn.